OTVEM benadering voor veranderende tijden en de rol voor zendamateurs bij rampen
Hebben we een DARES 2.0 nodig?
Deel 2: OTVEM benadering
Zoals ik al beschreef in deel 1 van deze serie, zijn de tijden sinds de oprichting van de stichting DARES aanzienlijk veranderd.
De tijd waarin ik als pas geslaagde D-amateur van 17 jaar een bedieningscertificaat kreeg en pas vanaf mijn 18e jaar op 6 kanalen in de 2 meter band mocht zenden en ontvangen, de tijd waarin ik als C-amateur op de achterste rij van de lokale afdeling moest plaatsnemen om dat de echte zendamateurs (de PA nullers) hun vaste plek op de voorste rij hadden, met u wilden worden aangesproken en waarbij er geen gelegenheid voorbij ging om mij duidelijk te maken dat ik eigenlijk maar half meetelde en ik zelfs later als PA3-er niet echt meetelde bij de ouwe hap, ligt gelukkig ver achter ons.
De gemiddelde 17 jarige is handiger met zijn/haar smartphone, tablet en laptop dan dat de oude PA nullers, voor zover nog in leven, ooit waren of zullen zijn. Ook al waren velen van hen de grondleggers van de huidige technieken.
Een verschuiving in amper twee generaties
Goed beschouwd zijn we met zijn allen in amper twee generaties van makers naar gebruikers overgegaan. Iets wat in onze wereld zoiets is als van zelfbouwers die van een oude spijker en een waslijn een werkende zender kunnen/konden maken naar in onze wereld (vaak) smalend genoemde zogenaamde “stekker amateurs”.
Van makers naar gebruikers dus.
Bij de oprichting van de stichting DARES in 2004 zaten we met zijn allen met één been in de makers fase en met het andere been in de stekkerfase. Daarbij lag de nadruk voor velen (en vaak nog steeds ligt) op de makers fase waarmee de afstand tussen beide groepen steeds groter lijkt te worden.
Zoals ik al eerder stelde is dit fenomeen naar mijn mening één van de voornaamste oorzaken dat de stichting DARES niet in staat is de rol te krijgen die zij in mijn ogen verdient.
Door vast te houden aan wat eens was (van zelfbouwantenne -voeten tot berichtenformulieren), sluiten de zendamateur in het algemeen en de DARES-isten in het bijzonder, steeds minder aan bij de nieuwe gebruikers generatie.
Dat kan veranderen en daarover nu dus meer.
We gaan ons hierna alleen bezig houden met echte rampen én zaken waar we vandaag de dag écht het verschil kunnen uitmaken.
Dus niet met een overstromingsramp in Zeeland of een Tsunami in Thailand. Maar bijvoorbeeld met de gevolgen van een langdurige uitval van kritieke infrastructuur zoals de energievoorziening, de waterkeringen of het mobiele GSM netwerk.
Ik versta in dit verband onder een ramp in Nederland;
….een gebeurtenis die ernstige verstoringen veroorzaakt in de samenleving, met grote impact op mensen, infrastructuur, economie of milieu.
Volgens de Wet veiligheidsregio’s (2010) wordt een ramp gedefinieerd als een zwaar ongeval of andere gebeurtenis waarbij het leven en de gezondheid van veel personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden geschaad of bedreigd, en waarbij gecoördineerde inzet van hulpdiensten nodig is
(met dank aan GROK voor het opzoeken)
Omdat ik geloof in het gebruik van het verstand zoals de Stoicijnse filosofen dat al heel lang geleden leerden, wil ik proberen de ingewikkelde materie die ik bespreek in deze artikelen serie met een zekere logica (de mijne, dat wel) te bespreken.
Daartoe en om de zaken te structureren zal ik bij het vervolg van deze beschouwingen gebruik maken van het (zeker bij oude dienstplichtigen bekende) OTVEM acroniem en dat toepassen op de mogelijke rol en positie van de opgeleide (en goed voorbereide) zendamateur:
- Opdracht (O): De gegeven missie of taak.
- Terrein en Weer (T): Analyse van het terrein, het weer en andere omgevingsfactoren die invloed hebben op de operatie.
- Vijand (V): Beoordeling van de vijandelijke krachten, posities en mogelijke acties.
- Eigen middelen (E): Beschikbare eigen troepen, materieel en capaciteiten.
- Mogelijke wijzen van optreden (M): Opties voor hoe de operatie kan worden uitgevoerd, inclusief risico’s en alternatieven.
(wederom dank aan GROK voor het opzoeken en ordenen)
Opdracht:
De opdracht voor de zendamateur bij een ramp is zoals ik al eerder noemde, niet het oplossen van de problemen van overheidsdiensten maar die van de in toenemende mate zelfredzame burger.
De zelfredzame burger heeft niet veel of zelfs niks met de zendamateur van vroeger en is in staat om onder de juiste omstandigheden in de eigen communicatie te voorzien.
Ga maar eens naar een doorsnee middelbare school schoolplein en zie hoe de scholieren (inmiddels) vergroeid zijn met hun smartphone en social networks. Of denk eens aan een diner in een restaurant met kinderen- en kleinkinderen en vergelijk het communiceren eens met de tijd dat ik op de achterste rij moest zitten en PA nullers met u moest aanspreken.
Als hedendaagse zendamateurs weten wij nog wel hoe ongeveer een smartphone werkt. Maar er zelf een bouwen met een waslijn, een lege fles een een handjevol onderdelen, kunnen we al lang niet meer.
Wél weten we beter als al die andere “users” wat er nodig is om te kunnen blijven communiceren met zo’n smartphone: genoeg energie en een werkend netwerk (in de breedste zin des woords).
Dáár ligt onze Opdracht: die kennis omzetten in klinkende munt zodat “users”/stekkerraars óók onder rampomstandigheden zichzelf zo lang mogelijk kunnen blijven redden.
Terrein (en weer)
Als we kijken naar de omstandigheden voorafgaand aan een ramp, zal al een heleboel duidelijk zijn: (meestal voldoende) kundige burgers (de users) en een meestal goed werkend netwerk.
Probleem daarbij is dat, naast de beperkingen van de menselijke psyche/hersenfunctie de factor tijd bij een echte ramp een fatale rol zal kunnen spelen.
Zie daarvoor wat ik onder de V van Vijand wil schrijven/al schreef.
Op dit moment is het vooral van belang om op voorhand niet alleen rekening te houden met de positieve effecten die wij als zendamateur vandaag de dag in de huidige denkwijze zouden hebben, maar vooral met de veranderde tijden en daarmee rekening te houden als we bijvoorbeeld gaan praten met 35 jarige beleidsmedewerkers van gemeenten, provincies of landelijke overheid, waarbij we dan ook met de negatieve rol (althans in mijn ogen) van/met de factoren zoals de zelfredzaamheid van “users” en “tijd” op de toekomstige meerwaarde van een organisatie zoals DARES letten.
Daarover in een vervolgdeel meer.
De VEM uit OTVEM bewaar ik.

73 de Jan de Nooij, PC0C
E-mail: PC0C@outlook.com
Deze reeks geeft de persoonlijke mening van de auteur weer en heeft niets te maken met het formele standpunt in deze zaken van het bestuur van de stichting DARES. De lezer wordt dringend verzocht inhoudelijk te reageren zodat we met elkaar als steeds kleiner wordende groep gelicentieerde zendamateurs uiteindelijk het juiste kunnen doen.




VERON






