Propagatienieuws – week 02 2026
Deze week in Propagatienieuws:
- HF: In de zonnecyclus net na het zonnemaximum;
- Tropo: niet te verwachten;
- Sporadische-E: seizoen loopt nog enkele weken;
- Meteoorscatter: de Quadrantiden als eersten van het jaar;
- Aurora: hou de Kp-index in de gaten;
- EME: declinatie nog bijna maximaal, padverliezen nemen weer toe
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).
HF
De balans van het jaar 2025 kan worden opgemaakt. Omdat de zon het voorspelde maximum in de huidige zonnevlekkencyclus 25 bereikte, werd het “radioweer” gekenmerkt door extreme dynamiek, talrijke X-flares en indrukwekkende poollichten, die tot ver buiten de poolgebieden zichtbaar waren. En het eindigde met een megazonnevlek.
Het jaar 2025 begon al met een sterke G3/G4 geomagnetische storm, veroorzaakt door een coronale massa-uitbarsting (CME) op oudejaarsavond. Op 28 maart werd een X1.1-vlam geregistreerd; op 13/14 mei volgde een enorme X2.7-vlam, die in Europa en Azië tot aanzienlijke radio blackouts leidde. G4-stormen op 1 juni maakten het noorderlicht zichtbaar tot in lage breedtegraden. Begin september (1-2 september) bereikte een G3-storm de aarde, waardoor het noorderlicht opnieuw zeldzaam zichtbaar was in Midden-Europa.
De meest opvallende gebeurtenis vond plaats tussen 10 en 12 november 2025. De aanleiding was een enorme uitbarsting van klasse X5.1 in de actieve regio AR4274. De uitbarsting veroorzaakte een storm van categorie G4 (sterk). Omdat twee coronale massa-uitbarstingen (CME’s) op elkaar inwerkten (“Cannibal CME”), raakte de deeltjeswolk de aarde met een ongewoon hoge snelheid. Het noorderlicht werd niet alleen in Noord-Duitsland waargenomen, maar ook in Oostenrijk en zelfs Florida.
Het jaar eindigde met een extreem grote zonnevlekregio (AR 4294), die een oppervlakte van meer dan tien aarddiameters besloeg en op 8 december opnieuw een sterke X1-flare produceerde.
Het gemiddelde aantal zonnevlekken bleef het hele jaar stabiel boven de 100 en overtrof daarmee veel voorspellingen; vanwege de intense gebeurtenissen in november discussieerden onderzoekers over een mogelijk dubbel maximum van de cyclus. Na een duidelijke afname van de activiteit medio december trad in de tweede helft van de maand opnieuw een stijging op, waardoor de hoop bestaat dat de zonneactiviteit ook in 2026 relatief hoog zou kunnen blijven.
HF-vooruitzichten
Ook in 2026 blijft het ruimteweer een spannend onderwerp. In de zonnecyclus bevinden ons net na het zonnemaximum, wat betekent dat de zon zeer actief blijft, voordat deze naar verwachting eind 2026 in een langzaam afnemende fase terechtkomt. Het aantal zonnevlekken blijft op een hoog niveau (voorspelde waarden tussen 115 en 160 in het afgevlakte gemiddelde). De kans op poollicht op middelbare breedtegraden (Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland) blijft zeer groot. Vooral rond de equinoxen (maart/april en september/oktober) is de koppeling van de zonnewind aan het aardmagnetisch veld het sterkst.
De bovenste kortegolfbanden (10 m, 12 m, 15 m) zullen overdag uitstekende DX-verbindingen blijven mogelijk maken. De ionosfeer blijft goed geïoniseerd door de sterke UV-straling van de zon. Er is een grote kans dat er ook in de toekomst X-flares zullen optreden. Deze kunnen plotselinge totale uitval van het radiocontact aan de dagzijde van de aarde (SID – Sudden Ionospheric Disturbance) veroorzaken, die minuten tot uren kan duren.
De frequentie van coronale massa-uitbarstingen (CME’s) zal statistisch gezien licht afnemen, maar – en dat is belangrijk – de hevigste stormen van een zonnecyclus treden vaak pas op in de dalende flank.
Als gevolg van meerdere CME’s in de laatste dagen van 2025 worden geomagnetische storingen verwacht voor de eerste dagen van 2026, met name rond 3 januari, wanneer snelle zonnewinden uit coronale gaten merkbaar worden. Vanaf 5 januari worden weer rustigere omstandigheden verwacht; een nieuwe storm is mogelijk rond 9 januari, evenals in de periode van 12 tot 14 januari.
De zonneflux (F10.7-index) neemt de komende dagen geleidelijk af en zal naar verwachting uiteindelijk uitkomen op ongeveer 120. De MUF zal variëren tussen circa 8 MHz in de nacht tot ruim 30 MHz overdag. Dat betekent dat de 20 m-band om ongeveer 0700 UTC opengaat en de 15 m-band ongeveer 45 minuten later.
De 10 m-band zou vanaf ongeveer 0830 UTC tot ongeveer 1500 UTC bruikbaar moeten zijn, maar vertoont over het algemeen wisselend gedrag. De 15 m-band sluit dan rond 1600 UTC, de 20 m-band rond 1800 UTC. De 30 m-band blijft ’s nachts grotendeels open.
VHF en EME
Tropo
De komende dagen zullen lagedrukgebieden het weerbeeld bepalen. Hierdoor komt de wind voornamelijk uit het noorden over een relatief warme Noordzee. Tropo is niet te verwachten. Er zijn wel af en toe buien maar de winterse neerslag is minder geschikt voor regenscatter.
Sporadische-E
Het Sporadic-E winter seizoen loopt nog enkele weken. Zo af en toe zijn Es QSO’s mogelijk op 6m. De Muf voor de F2 laag kan overdag soms ook kort oplopen tot boven 40 MHz. Dit biedt ook mogelijkheden voor zuidelijke paden in het lage VHF gebied.
Aurora
Voor aurora blijft het aan te raden om de ontwikkelingen van de Kp-index goed in de gaten te houden. Voor de komende dagen lijkt de verwachting voor de Kp te laag voor bruikbare aurora.
Meteoorscatter
Zoals gewoonlijk openen de Quadrantiden de lijst van grote meteorenregens van het jaar.
Het maximum van de Quadrantiden is doorgaans vrij scherp, met een gemiddelde duur (volledige breedte bij half maximum) van ongeveer 4 uur; de ZHR varieert tussen 60 en 200 per uur.
Het maximum in 2026 wordt verwacht op 3 januari, 21 uur UTC, met een ZHR = 80 per uur.
Door massasortering van deeltjes in de meteoroïdenstroom die verband houdt met de komeet 96P/Machholz en de kleine planeet 2003 EH1, kunnen zwakkere meteoren hun maximum tot 14 uur vóór de helderdere meteoren bereiken.
Er zijn ook effecten van massasegregatie gevonden voor een kleine piek die voorafging aan het hoofdmaximum in 2016.
Er moet ook worden opgemerkt dat in enkele terugkeerperiodes sinds het jaar 2000 een radiomaximum het visuele maximum met ongeveer 9-12 uur volgde, terwijl in sommige videometeorenfluxprofielen van de afgelopen jaren de piek een uur eerder dan de voorspelde piek optrad.
Controleer ook de k-Cancrids rond 9 januari, 22.30 uur UTC, op mogelijke activiteit.
EME
Voor EME-operators is de declinatie (hoogte boven de evenaar) de komende dagen nog bijna maximaal maar nemen de padverliezen weer toe. De 144 MHz hemelruis is relatief laag.
Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index
De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.
Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.
De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.
De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.
Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie
De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.
De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.
Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.


VERON


VERON