Propagatienieuws – week 21 2026

PropagatienieuwsDeze week in Propagatienieuws:

Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).

HF

De afgelopen week verliep over het algemeen rustig. Een CME die halverwege de week werd verwacht, schampte weliswaar de aarde, maar de gevolgen bleven beperkt. Het ruimteweerstation van de Propagation Studies Committee in Baldock heeft op zondag 10 mei een zonnevlam waargenomen. De Doppler Flash, of plotselinge frequentieafwijking, werd veroorzaakt door een M5.7-zonnevlam die om 13:19 UTC begon. Hoewel ‘Flash’ een goede term is voor de snel stijgende flank, heeft de GB0PSC-ontvanger fijne details vastgelegd in het 20 MHz-signaal van het WWV-station in Colorado, waaruit meerdere oscillaties binnen enkele minuten blijken. Röntgenstraling van de zonnevlam zorgde al snel voor een toename van de absorptie in de D-regio, waardoor de signaalniveaus na tien minuten tot ruis waren gedaald. Maar die minuten zijn cruciaal, omdat ze gegevens opleveren om te testen of röntgenstraling of extreem UV-licht van de zonnevlam verantwoordelijk was voor de dopplerverschuiving en de propagatie-afwijking.

Rond 15/16 mei kondigde zich een coronale windstroom aan. De door ACE en DSCOVR op het L1-Lagrange punt gemeten zonnewindsnelheden bereikten vrijdagavond rond 23:11 UTC hun hoogtepunt van 810 km/s. De noord-zuidcomponent (Bz) van het interplanetaire magnetische veld was aanvankelijk zwak en over het algemeen positief (naar het noorden gericht), maar werd al vrijdagochtend matig en negatief (naar het zuiden gericht). Dit weekend begon daardoor op zaterdag met een matige storm met Kp 5-6 (G1/G2 volgens de NOAA-classificatie). De oorzaak was een groot coronagat met open magnetische veldlijnen. Hierdoor moet ook de komende dagen rekening worden gehouden met een matig verhoogde geomagnetische activiteit. De zonnewind zal in het weekend echter langzaam afnemen.

Zo kunnen we aan het begin van de week rekenen op overwegend rustige tot wisselvallige fasen. Onder invloed van de snelle zonnewind daalden de MUF-waarden vrijdag en zaterdag gemiddeld met ongeveer 20 procent. Vrijdag, kort voor middernacht, was de 60-meterband zelfs vrijwel dood. De foF2 lag op 3,950 MHz, gemeten in het Belgische Dourbes. De zonnefluxindex daalde deze week namelijk van 126 naar 101. Voor de komende dagen wordt hooguit een lichte stijging tot rond de 110 verwacht. De ionosfeer zal echter enige tijd nodig hebben om zich te herstellen, mede doordat de ionisatie door een zwakke zonneactiviteit gering is.

HF-vooruitzichten

De komende week zou de MUF3000 (F2) op dagen zonder storingen overdag moeten stijgen tot boven de 21 MHz, waardoor alle banden tot 15 meter permanent opengaan en de 12-meterband sporadisch. ’s Nachts blijft de 30-meterband lang open. Op de lage banden is duidelijk dat we de zomer naderen. Het pad Maastricht – New York op 40m en lager moet het hebben van duisternis tussen zonsondergang in de VS en zonsopkomst in Nederland. Die periode duurt momenteel minder dan 4 uur en zal nog wat verder afnemen.
Voor de liefhebbers van de 10-meterband blijft er in ieder geval hoop op de eerste Es-openingen met sprongafstanden van ongeveer 600 km (“Short Skip”) tot 2200 km (1 x Hop), onder bepaalde omstandigheden zelfs meer (~4400 km = 2 x Hop).

Tropo

Het onrustige weerpatroon met lagedrukgebieden blijft nog een tijdje aanhouden. Wel draait de windrichting en zullen de temperaturen weer stijgen. Er worden perioden met buien verwacht met mogelijkheden voor regenscatter. De tropocondities zijn voorlopig slechts marginaal.

Sporadische-E.

Sporadic-E heeft resultaten opgeleverd op 6m digitale modi, waar er korte openingen zijn geweest naar VK, XT, DU2 en de VS voor degenen die het geluk hadden deze te vangen. De gebruikelijke techniek om te controleren tijdens de twee belangrijkste activiteit vensters halverwege de ochtend en laat in de middag zou je kansen moeten vergroten. Als je de kans krijgt om de patronen van de straalstroom te bekijken, kan het de moeite waard zijn om routes te verkennen die deze doorkruisen, aangezien men ervan uitgaat dat deze goede bronnen zijn van atmosferische zwaartekrachtgolven die de E-regio kunnen bereiken en zo de vorming van Sporadic-E bevorderen.

Meteoorscatter

De komende weken omvatten een paar kleine meteorenregens, de Tau Herculiden en de Arietiden overdag, die bijdragen aan de random achtergrondactiviteit. Er zou iets moeten zijn dat interessant is voor degenen die op zoek zijn naar meteorscatter activiteit en natuurlijk draagt het allemaal bij aan de ‘brandstof’ voor Sporadic-E, dat grotendeels bestaat uit meteoorionisatie.

Aurora

De zonneactiviteit heeft recentelijk gezorgd voor een paar kleine stijgingen van de Kp-index, maar geen bijzondere resultaten op het gebied van aurora.

EME

De periode met maximale declinatie, d.w.z. de periode van de langste maanvensters, valt nu bijna samen met het perigeum, de periode van het laagste padverlies. Hierdoor zijn de omstandigheden optimaal voor het noordelijk halfrond. De maandeclinatie is positief en bereikt maandag 18 mei, zijn maximum. Het padverlies is het laagst nu we de 17e het perigeum bereiken. De 144 MHz-hemeltemperatuur is de hele week laag.


Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index

De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.

Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.

De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.

De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.

Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie

De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.

De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.

 


Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.