Propagatienieuws – week 25 2026
Deze week in Propagatienieuws:
- HF: geomagnetische activiteit en wisselende condities;
- Tropo: aanhoudende instabiliteit met mogelijk verbetering einde week;
- Sporadische-E: 50 en 70 MHz zeer actief, wachten op 2 mtr;
- Meteoorscatter: vertrouwen op willekeurige activiteit dus wees alert;
- Aurora: geen bericht;
- EME: toenemende declinatie en dalende padverliezen.
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).
HF
De activiteit op de zon is momenteel wat minder. De zonneflux daalde vorige week tot onder de 130, wat vooral op de hogere banden merkbaar was. De oorzaak was een afname van het aantal actieve gebieden op de zon: het “Sun Spot Number” (SSN) daalde binnen enkele dagen van 145 naar 81, maar de meetwaarden voor Röntgen en UV-straling zijn een betere indicator voor de te verwachten ionisatie. Vorige week waren er meermaals waarschuwingen voor mogelijke geomagnetische storingen als gevolg van drie coronale massa-uitstoot (CME’s). Deze leidden echter alleen op donderdagavond met k-waarden >5 tot tijdelijke verstoringen. De magnetische activiteit herstelde zich gelukkig snel. Het magnetisch veld van de plasmawolk was naar het noorden gericht, waardoor de zonnedeeltjes niet in diepere lagen van de atmosfeer konden doordringen.
HF-vooruitzichten
Dit weekend moet rekening worden gehouden met een actieve fase, wanneer het huidige coronale gat en de coronale massa-uitstoot (CME’s) die de aarde schampen, samenwerken. De geomagnetische activiteit zal dan schommelen tussen wisselvallig en actief met mogelijk kleinere stormen, en vooral op zaterdag een Kp tussen 3 en 6. Het is echter nog onduidelijk in hoeverre een CME de aarde zal raken. Desondanks zal de onrust al laat op zondag of aan het begin van de week weer afnemen. De zonneflux zal de komende dagen schommelen tussen 120 en 130, het magnetisch veld blijft de hele week overwegend rustig. Op 15/16 juni zou er nog eens een korte stijging kunnen optreden, want dan wordt het volgende coronale gat actief. Aangezien het echter om een klein gebied gaat, zullen de gevolgen vrij beperkt zijn. Dit alles betekent dat de zomerse propagatieomstandigheden zullen aanhouden: alle banden tot 15 meter zijn open, 12 en 10 meter zijn af en toe open en als dat het geval is, dan meestal maar kort. Daar staat tegenover dat er steeds weer sporadische E-propagatie is ter compensatie met soms erg sterke signalen binnen Europa (bijv. FT 8 signalen met +35 dB en meer).
De aanstaande zomer is ook een periode met soms stevige onweersbuien. Het is verstandig om de antennes van HF-radio’s los te koppelen wanneer je ze niet gebruikt. Zorg er wel voor dat je dit doet voordat er een onweersbui op komst is!
Je kunt een lijst met 10m-bakens vinden op rsgb.org/main/technical/propagation
Tropo
Op dxinfocentre.com waren zaterdagochtend nog uitgebreide gebieden met intense tropo te zien boven Frankrijk en de Atlantische zee tussen Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Het hogedrukgebied dat daarvoor zorgt wordt snel zwakker. Voor onze regio zijn met name wat noordelijker gelegen lagedrukgebieden van belang. Het leidt tot wat instabiliteit in het weer en daarmee niet noemenswaardige tropocondities. De verwachte neerslag is beperkt en daardoor ook de mogelijkheden voor regenscatter. Als de modelberekeningen uitkomen kan tegen het volgende weekend een hogedrukgebied boven de alpen de tropo mogelijkheden wel verbeteren.
Sporadische-E.
De afgelopen tijd waren er een aantal zeer goede Sporadic-E-omstandigheden. Dit gold met name voor de 50 MHz-band, met op dinsdag 9 en woensdag 10 juni rond lunchtijd en tot in de avond openingen richting de VS. Ook was er op donderdagochtend 11 juni een opening richting Japan. Op 70 MHz zijn er openingen geweest, voornamelijk naar Oost-Europa en Spanje. Opvallend is dat we op 144 MHz nog niet veel Sporadic-E hebben gezien, maar een paar gelukkigen hebben wel QSO’s gemaakt. Al deze Sporadic-E-activiteit is waarschijnlijk geholpen door de extra langlevende metaalionen van meteoren van de Arietiden, een belangrijke meteorenregen in het begin van juni. Sporadic-E wordt geassocieerd met de aanwezigheid van straalstromen, die zeer effectief zijn in het genereren van turbulentie die zich tot in de E-regio kan voortplanten en de vorming van Sporadic-E bevordert.
De noordwestelijke straalstroom trekt nog steeds over het VK, waardoor er soms sprake is van zeer korte hops. Vervolgens buigt de straalstroom af richting de Balkan en de Adriatische regio. De terugstroom is een zuidelijke straalstroom over Oost-Europa naar de Baltische staten en Noord-Noorwegen. De vooruitzichten vanuit het Verenigd Koninkrijk zijn gunstig voor paden langs de hoofdstroom richting de Balkan en het oostelijke Middellandse Zeegebied. Het is mogelijk dat er een tweede hop beschikbaar is naar West-Rusland via het Baltische deel van de straalstroom.
Meteoorscatter
Wat meteoorverstrooiing betreft, is er een gat in de kalender en is het waarschijnlijk een kwestie van vertrouwen op willekeurige activiteit die meestal rond zonsopgang een piek bereikt.
Aurora
Geen nieuws.
EME
De declinatie van de maan blijft toenemen tot een maximum op 15 juni, waarbij de padverliezen dalen naar een minimum bij het perigeum. De 144 MHz-hemeltemperatuur is matig en wordt de 15e hoog, met de zon dicht bij de maan, voordat deze vanaf woensdag weer daalt naar laag.
Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index
De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.
Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.
De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.
De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.
Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie
De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.
De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.
Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.


VERON


VERON