Propagatienieuws – week 30 2025
Deze week in Propagatienieuws:
- HF: wordt een lage zonneactiviteit verwacht, met kans op sporadische M-flares;
- Tropo: De tropo condities zijn marginaal;
- Sporadische-E: komt nog steeds op de meeste dagen ergens in Europa voor;
- Meteoorscatter: aan het einde van deze maand twee meteorenregens;
- Aurora: gestage stroom van aurora-waarschuwingen;
- EME: maandeclination is weer positief en bereikt zijn maximum op…..
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).
HF
Hoewel we een maand na de zomerzonnewende nog steeds in de zomerse dip zitten, lijkt de neerwaartse trend in de zonneactiviteit, die al enkele maanden aanhoudt, voorlopig tenminste tot stilstand te zijn gekomen. Vorige week schommelde de zonneflux aanvankelijk tussen 130 en 140, maar aan het einde van de week begon een snelle stijging tot boven de 160. De reden hiervoor is snel gevonden: er zijn weer meer actieve regio’s aan onze kant van de zon, en vier daarvan zijn magnetisch complex. Een toename in de complexiteit betekent ook een grotere kans op zonnevlammen in deze gebieden en daarmee een bijdrage aan de zonneactiviteit. De momenteel meest actieve regio, AR 4142, is bovendien bijzonder omdat deze vlekken aan beide zijden van de zonne-evenaar heeft, wat zeer zeldzaam is. Deze toename in zonneactiviteit is vooral merkbaar op de 15 m-band: deze opent langer en betrouwbaarder. Op 20 meter was er ’s ochtends een venster richting de Amerikaanse westkust. Boven 15 meter domineert opnieuw short-skip-uitzending via de sporadische E-laag, die nu echter al duidelijke uitval vertoont.
HF-vooruitzichten
Sommige actieve regio’s zullen de komende dagen uit beeld raken, maar aan het begin van de week worden er nieuwe verwacht. De zonneflux zal zich bewegen tussen 120 en 130. De MUF zal variëren tussen 10 MHz aan het eind van de nacht tot 21 MHz overdag, zodat de 15 m-band stabieler wordt en langer openblijft. Over het algemeen wordt een lage zonneactiviteit verwacht, met kans op sporadische M-flares. De magnetische activiteit, die door een groot coronaal gat de laatste tijd zeer levendig was, zal de komende dagen afnemen, voordat waarschijnlijk al op dinsdag het volgende coronale gat effectief wordt. Dat is momenteel te merken aan de omstandigheden in het Verre Oosten op 40 meter, waar de signalen des te sterker zijn naarmate het aardmagnetisch veld rustiger is. In de nacht kan men, met uitzondering van de uren vlak voor zonsopgang, weer rekenen op 20 meter. Het bestuderen van de propagatie leidt tot vragen, bijvoorbeeld: “Waarom stijgt de MUF na zonsondergang weer van 12 MHz naar 17 MHz? Is het een typefout of waar komt dat door?” Ja, het is misschien vreemd, maar in de zomer vertoont de ionosfeer op de middelste breedtegraden inderdaad een onverwacht avondmaximum: Na zonsondergang stijgen de kritische frequentie foF2 en daarmee de maximale bruikbare frequentie (MUF) opnieuw. Dit fenomeen wordt de “zomer nachtelijke anomalie” genoemd en is gebaseerd op verschillende mechanismen. Na zonsondergang ontbreekt weliswaar de ionisatiebron, waardoor de foF2 eigenlijk zou moeten dalen. In dunnere gebieden, dus op grotere hoogten, duurt de recombinatie van elektronen en ionen echter aanzienlijk langer. Daardoor is de resterende elektronendichtheid hoger dan verwacht. Bovendien zorgen temperatuurgradiënten in de zomer voor warme thermosfeerwinden, die het plasma verticaal naar boven transporteren. Deze opwaartse kracht verlaagt de neutrale dichtheid rond het plasma, waardoor de recombinatiesnelheid nog verder afneemt.
Aan de andere kant creëren verschillende geleidbaarheden aan de dag- en nachtzijde elektrische velden langs geomagnetische krachten. ’s Avonds ontstaat zo een versterkt verticaal E × B-driftveld, dat de F-regio nogmaals doet stijgen. Deze versterking houdt vaak aan tot na het intreden van de astronomische schemering. Bovendien stroomt plasma langs de veldlijnen van de verlichte naar de donkere kant van de aarde en verzamelt zich in de hogere breedtegraden van de nachtzijde. In de zomer is deze stroom sterker, wat de lokale elektronendichtheid in de F-piek (F2-regio) verder verhoogt. Al deze mechanismen leiden tot de zogenaamde zomer nachtelijke anomalie.
VHF en EME
Tropo
Momenteel bepalen 2 lagedrukgebieden het weerbeeld. Hierdoor wordt onstabielere lucht aangevoerd met deels regen en onweer en daarmee kansen voor regenscatter op de microgolf banden. De tropo condities zijn hierdoor marginaal m.u.v. de dagelijkse temperatuurschommelingen.
Sporadische-E
Sporadische E komt nog steeds op de meeste dagen ergens in Europa voor, met op 6m regelmatige FT8-activiteit en een redelijke kans op CW- of SSB-paden voor sterkere gebeurtenissen. Afgelopen woensdag was er weer een vroege middagopening naar de VS. Deze sterkere gebeurtenissen hebben een lage Kp-index nodig, onder de 3, en enige jetstream-activiteit om turbulentie te genereren die zich kan verspreiden naar de E-regio. We kunnen enige activiteit verwachten verder naar het westen, naarmate de activiteitszone zich over Europa naar de Atlantische Oceaan verplaatst. De drijvende krachten voor de westelijke helft van Europa zijn twee afzonderlijke bovenste troggen; één boven Zuid-Frankrijk, die een zone van zware onweersbuien zal zijn, dus een goede richting voor paden naar het centrale Middellandse Zeegebied, de Balearen en Oost-Spanje. De tweede regio is een nieuwe bovenste trog die zich naar het zuiden uitstrekt tot in Biskaje. Deze bevat ook snel veranderende contouren en een sterkere straalstroom eromheen, dus dit zou resultaten kunnen opleveren voor routes naar Spanje, Portugal, de Azoren, de Canarische Eilanden en Marokko. De wijdverspreide verdeling van het straalstroompatroon naar Noord-Rusland en in de andere richting vanaf de noordelijke Atlantische Oceaan suggereert dat routes met meerdere hops naar het Verre Oosten en de Verenigde Staten plus het Caribisch gebied de moeite waard zijn om te in de gaten te houden, vooral op FT8. Over het algemeen is het waarschijnlijk de route naar de Verenigde Staten die het voordeel heeft van de sterkere straalstroom, terwijl het noordoostelijke kwadrant binnen de ideale afstandsringen een beetje dun lijkt voor een eerste hop.
Aurora
De zonneactiviteit heeft de afgelopen tijd geleid tot een gestage stroom van aurora-waarschuwingen en we kunnen waarschijnlijk hetzelfde verwachten in de komende week. Op 15 en 16 juli wat de Kp index 5 met daardoor enkele auroraspots op 2m in het dx cluster.
Meteoorscatter
Meteorscatter is voor velen een activiteit voor de nazomer, omdat we aan het einde van deze maand twee meteorenregens hebben en natuurlijk de Perseïden van volgende maand. Deze maand bereiken zowel de Delta Aquarïden als de Alpha Capricornïden hun hoogtepunt rond 30 juli, maar we zitten al in de brede spreiding van data voor activiteit.
EME
De maandeclination is weer positief en bereikt zijn maximum op dinsdag 22 juli, met bijbehorende lange maanvensters en hoge piekhoogte. De padverliezen blijven dalen tot het perigeum op zondag 20 juli. De 144 MHz-luchtruis is matig, maar op donderdag 24 juli staan de maan en de zon dicht bij elkaar aan de hemel tot vroeg in de volgende dag.
Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index
De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.
Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.
De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.
De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.
Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie
De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.
De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.
Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.


VERON


VERON