Propagatienieuws – week 33 2026
Deze week in Propagatienieuws:
- HF: 20mtr go-to band;
- Tropo: geduld nodig;
- Sporadische-E: kansen richting de Oostzee;
- Meteoorscatter: Perseïden-meteorenregen bereiken hoogtepunt;
- Aurora: geen info;
- EME: naar buiten voor zonsverduistering.
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).
HF
Eind juli klom de zonneflux verrassend boven de grens van 150. Dat gaf de 15 m-, 12 m- en tijdelijk ook de 10 m-banden een flinke impuls en maakte langeafstandsverbindingen via de F2-regio mogelijk. Daarna is toch wel wat veranderd. Op zondag 2 aug. bereikte de plasmawolk van een coronale massa-ejectie (CME) de aarde. Dit veroorzaakte een G2-geomagnetische storm (Kp 6). Met name op poolroutes daalden de kortegolfsignalen tijdelijk sterk af. De maximaal bruikbare frequentie daalde kortstondig, waardoor de hogere banden snel stilvielen. De ionosfeer herstelde zich snel nadat de uitlopers van de CME waren gepasseerd.
Van Martin PE1EEC kreeg ik nog de tip voor cmetracker.ai/live Deze site gebruikt AI om met een vereenvoudigd model de CME’s te visualiseren.
Sinds dinsdag gedroeg het aardmagnetisch veld zich weer zeer rustig, met Kp-waarden van 0 tot 3. De zonnefluxindex daalde weliswaar licht naar de eerder verwachtte waarden rond 110–125, maar de omstandigheden bleven betrouwbaar, vooral op de middenbanden.
Op 10 m domineerden weer typische zomerse Sporadic-E-omstandigheden met extreem sterke, maar kortstondige signalen binnen Europa. Over het geheel genomen was de ionosfeer vanaf donderdag stabiel, met bruikbare MUF-waarden voor 20 m en af en toe voor 17/15 m.
Momenteel is het erg rustig op de zon. De Röntgenstraling is tot onder klasse C gedaald; de snelheid van de zonnewind is op zaterdag met circa 340 km/s laag en de geomagnetische activiteit is zeer rustig. Geen van de huidige zonnevlekgebieden wordt beschouwd als een noemenswaardige bedreiging voor opmerkelijke zonnevlammen en aan de achterzijde van de Zon lijken zich geen grote actieve gebieden te bevinden die op het punt staan in beeld te komen.
De zonnefluxindex is daardoor onder de 100 gedoken en zal nog wat afnemen richting 90.
HF-vooruitzichten
Voor de komende dagen zal ook de geomagnetische activiteit beperkt blijven met Kp in het bereik van 1 tot 3. Ook is het risico op M-flares laag tot matig, waardoor plotselinge Mögel-Dellinger-effecten slechts sporadisch te verwachten zijn. Daardoor blijft de grensfrequentie van de F2-laag vrij stabiel. Als dit zo aanhoudt tot donderdag dan levert dat mooi vergelijkbare propagatie op rond de gedeeltelijke zonsverduistering (avond van 12 augustus). Daarmee is en blijft de 20 m-band de betrouwbare allround band. Deze opent vroeg in de ochtend, blijft de hele dag stabiel open voor wereldwijde DX-verbindingen – en dat vaak tot diep in de nacht. De 30 m- en 17 m-banden leveren overdag en in de vroege avond zeer goede signalen en bieden een rustiger alternatief voor de vaak drukbezette 20 m-band.
De 15 m-band opent overdag af en toe voor DX via de F2-laag, met name in de richting van Afrika, Zuid-Amerika en de Indische Oceaan. De reguliere F2-propagatie is in de zomer op de 12 en 10 m-banden vrij beperkt. Maar: er doen zich nog steeds regelmatig sporadische E (Es)-verschijnselen voor. Daardoor zijn plotselinge, zeer sterke signalen binnen Europa (bereik van 800 tot 2100 km) mogelijk.
Voor kortere afstanden bieden overdag 60 en 40 m uitstekende NVIS-omstandigheden (Near Vertical Incidence Skywave) binnen Midden-Europa (tot ca. 500–800 km); en ’s nachts in de richting van overzeese gebieden (80–40 m). Vooral op 80 m moet echter rekening worden gehouden met verhoogde statische ruis als gevolg van onweersactiviteit (QRN).
Tropo
Voorlopig volgen de hogedrukgebieden elkaar onverstoord op. De zomerse weerpatronen zorgen doorgaans voor meer buienachtige regen, zelfs bij fronten, waardoor de kans op regenscatter dan redelijk groot is. Als er in de komende dagen al neerslag valt dan zal dit eerder ten noorden van de Waddeneilanden zijn. Liefhebbers voor regenscatter moeten dus nog langer geduld hebben. Doordat ook voor tropo vocht nodig is zijn tropocondities hooguit boven water redelijk tot matig. De Kp-index steeg vorige week kortstondig tot boven 5, maar voorlopig blijft het wat rustiger.
Sporadische-E.
Het Sporadic-E-seizoen duurt voort en, aangezien meteoorresten een rol spelen bij het leveren van de benodigde ionisatie, is het tijdens de Perseïden-week altijd de moeite waard om te kijken of er een verrassende opening is. Wat betreft de weerspatronen van de straalstroom komen de sterkste aanwijzingen uit het oosten, richting de Oostzee. Andere richtingen mogen echter niet worden genegeerd, aangezien zelfs vrij kleine verschijnselen, zoals een langzaam voortbewegende zware onweersbui, van invloed kunnen zijn.
Meteoorscatter
De mogelijkheden voor meteorscatter is deze week goed, aangezien de Perseïden-meteorenregen rond woensdag 12 en donderdag 13 augustus zijn hoogtepunt bereikt. Het is heel interessant om gewoon een ontvanger op een meteoorverstrooiingskanaal te laten staan om de kortstondige signalen te horen.
Aurora
Geen info deze week.
EME
Voor EME-operators bereikt de declinatie van de maan zondag de 9e, haar maximum, wanneer zowel de duur van het maanvenster als de hoogte van de maan hun hoogtepunt bereiken. De signaalverliezen zijn maandag 10 augustus, op het perigeum het laagst. De hemelruis op 144 MHz is laag tot matig tot en met woensdag de 12e, wanneer de zon dicht bij de maan aan de hemel staat vanwege de gedeeltelijke zonsverduistering die dag.
Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index
De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.
Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.
De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.
De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.
Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie
De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.
De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.
Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.



VERON


VERON