Propagatienieuws – week 41 2026
Deze week in Propagatienieuws:
- HF: MUF tussen 10 MHz in de nacht tot circa 24 MHz overdag;
- Tropo: wisselende omstandigheden en kansen voor regenscatter;
- Sporadische-E: verrassende activiteiten;
- Meteoorscatter: relatief veel random meteoren te verwachten;
- Aurora: gunstige stand aarde vs zon dus kijk op poollicht.be;
- EME: hemelruis op 144 MHz begint de week matig maar daalt tot een laag niveaua.
Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).
HF
De zonneactiviteit bleef afgelopen week op een laag niveau; er waren geen grote zonnevlammen of sterke geomagnetische storingen. De zonneflux ligt momenteel rond de 92. Toch lagen de maximale bruikbare frequenties (MUF‘s) bij daglicht over een afstand van 3000 km tijdelijk tussen 25 en 28 MHz. Gezien de herfstachtige omstandigheden in de ionosfeer kunnen we ervan uitgaan dat deze waarden de komende weken nog zullen verbeteren. In de nacht van vrijdag op zaterdag zorgde een schampende CME tijdelijk voor een stijging van de dichtheid en de temperatuur van de zonnewind, zoals blijkt uit gegevens van de ruimtesonde SOLAR-1 (https://t1p.de/t6fpo ). De K-waarden bleven op zaterdagochtend echter binnen het rustige bereik. De noord-zuidcomponent was zwak en varieerde in richting. SOLAR-1 bevindt zich stroomopwaarts langs de lijn tussen de zon en de aarde en kan daardoor de binnenstromende zonnewind met geladen deeltjes meten voordat deze de aarde bereikt en invloed heeft op het ruimteweer.
Momenteel is de zonnewind met ongeveer 300 km/s relatief langzaam en het aardmagnetisch veld is overwegend rustig. Zondagochtend worden effecten merkbaar van een groot coronagat. De zonnewind zal dan wat aantrekken en de Kp-index nadert dan 5 met lichte G1 geomagnetische storingen. Dan kan er tijdelijk sprake zijn van een iets verhoogde QSB en licht gedempte polaire routes.
HF-vooruitzichten
Het aantal zichtbare zonnevlekken is beperkt. In het zuidwestelijke kwadrant is een nieuw gebied (4546) ontstaan, dat niet als een grote bedreiging voor zonnevlammen wordt beschouwd. Er ontstaat nog een nieuw gebied in de buurt van het midden van de schijf, dat in de gaten zal worden gehouden.
Voorlopig houden we een zonneflux van circa 90. Over het geheel genomen blijft de HF propagatie echter bruikbaar tot goed. De MUF zal variëren tussen 10 MHz in de nacht tot circa 24 MHz overdag. De kans op M-flares is zeer klein (M 05%, X 01%).
In oktober kunnen zich enkele van de beste HF-omstandigheden voordoen naarmate de MUF-waarden stijgen. Het is tenslotte een goede reden waarom de CQ Worldwide SSB-wedstrijd in oktober wordt gehouden. De beste kansen op DX blijven ’s ochtends op 20 m richting Azië, ’s middags en ’s avonds op 20 m en 17 m richting Noord-Amerika, ’s nachts op 40 m en bij een rustig magnetisch veld ook op 80 m. Zolang de zonnefluxindex rond de 100 blijft, zouden er op 28 MHz enkele trans-Atlantische paden moeten opengaan, maar deze zullen wellicht niet zo goed zijn als in voorgaande jaren. Openingen op de 10-meterband aan het begin van deze maand kunnen van korte duur en onbetrouwbaar zijn.
Tropo
Het herfstseizoen wordt doorgaans gekenmerkt door een afwisseling van rustig, kalm weer met hoge druk op de weerkaarten en, daarentegen, een paar dagen later diepe Atlantische lagedrukgebieden die met wind en regen voorbijtrekken. De komende week trekt een lagedrukgebied over ons land. De temperatuur doet dan een stap terug en er is neerslag te verwachten. Alleen in de eerste dagen is nog wat tropo te verwachten, maar dan vooral boven zeewater en met beperkte omvang. Daarna komen er wat kansen voor regenscatter.
Sporadische-E.
Tot slot nog een verrassende vermelding van Sporadic-E: voor CW- en SSB-modi is het seizoen zo goed als voorbij, maar afgelopen week, op donderdag 24 september, was er enige activiteit voor FT8 binnen Europa. Dit was vermengd met troposferische paden, waardoor het moeilijk was om de exacte gebruikte modus vast te stellen zonder gedetailleerde metingen van radiosondes en ionosondes te bekijken.
Het eindresultaat is dat er ‘buiten het seizoen’ nog steeds Es-condities kunnen optreden voor digitale modi, maar dat dit waarschijnlijk zelden voorkomt.
Meteoorscatter
Voor meteorscatter is het een aantrekkelijke periode met relatief veel random meteoren. De Orioniden zullen voor redelijke frequenties zorgen, hoewel niet zo goed als wat enkele jaren geleden werd waargenomen. Recente terugkomsten (2006-2009) werden gekenmerkt door sterke meteooractiviteit (ZHR tot 70 per uur op 2 of 3 opeenvolgende dagen), terwijl gegevens uit 1984-2001 aangeven dat de hoogste gemiddelde ZHR varieert van 14 tot 31 per uur. De ZHR voor 2026 zal naar verwachting ongeveer 20 per uur bedragen, met een piek op 21 oktober.
De Orioniden vertonen vaak meerdere kleinere maxima, waardoor de meteooractiviteit gedurende meerdere opeenvolgende dagen rond de hoofdpiek min of meer constant blijft. Merk op dat in 1993 en 1998 vanuit Europa op 17 en 18 oktober een submaximum werd waargenomen dat ongeveer even sterk was als de hoofdpiek.
Wat kleinere meteorenregens betreft, is het de moeite waard om uit te kijken naar de Camelopardaliden in oktober, met een piek op 6 oktober.
Aurora
De stand van de aarde t.o.v. de zon is in het herfstseizoen gunstig voor aurora, dus houdt de Kp-index in de gaten bijvoorbeeld op poollicht.bee .
EME
De maan bereikt op vrijdag 2 oktober haar maximale declinatie, waardoor de maanvensters het langst zijn en de maximale hoogte van de maan het hoogst is. De signaalverliezen zijn laag na het perigeum op 1 oktober, maar zullen daarna weer toenemen. De hemelruis op 144 MHz begint de week matig, maar daalt de rest van de week weer tot een laag niveau.
.
Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index
De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.
Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.
De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.
De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.
Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie
De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.
De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.
Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.


wikipedia.com



