Propagatienieuws – week 49 2025

PropagatienieuwsDeze week in Propagatienieuws:

Propagatienieuws wordt samengesteld door Tom Koeken (PC5D).

HF

De afgelopen week was er sprake van verhoogde geomagnetische activiteit, met name in de dagen van 24 tot 27 november. De oorzaak hiervan waren twee coronale gaten. De hoge snelheden van de zonnewind van 750 km/s en meer leidden tot beperkte omstandigheden op de lagere banden. Aan de bovenkant van het kortegolfspectrum had dit beperkte invloed: rond het middaguur werd vaak een bruikbare frequentie van 35 MHz en meer bereikt. Bij zonsopgang bleek de 15 m-band al bruikbaar in oostelijke richtingen, de 10 m-band volgde ongeveer een uur later. ’s Avonds sluiten 15 en 17 meter momenteel snel na elkaar, 20 meter rond 19 uur UTC; richting Zuid-Amerika iets later, omdat het propagatie pad daar met de eerste sprong nog in het daglicht ligt.

HF-vooruitzichten

In het weekend zal de geomagnetische activiteit aanvankelijk overwegend onrustig tot actief zijn met een Kp net boven 3 of lager, met een dalende tendens en een eveneens afnemende kans op kleine stormen (G1/Kp 5). Dat zal de deelnemers aan de CQ World Wide CW Contest zeker verheugen, vooral 40 meter belooft veel punten op de nachtroute. Het weekend zal waarschijnlijk ook een toename van de zonneactiviteit met zich meebrengen. Vrijdag waren er al heldere magnetische lussen en bogen te zien aan de zuidoostelijke rand van de zon. Ze behoren tot het actieve zonnevlekgebied AR4281, dat langzaam boven de horizon verschijnt en vanaf de aarde zichtbaar zal zijn, mogelijk met een nieuw nummer. Het zijn deze actieve gebieden die de ionosfeer “opladen” en de zonneflux (10,7 cm-straling) omhoogstuwen. Waarden boven 150 beloven goede omstandigheden op 10 meter. Er bestaat echter ook het gevaar van stralingsuitbarstingen en coronale massa-uitbarstingen, die een negatief effect kunnen hebben op de verspreidingsomstandigheden. AR4281 wordt vergezeld door de voormalige regio 4274, die twee weken geleden gekenmerkt werd door een hoge activiteit. Voor de komende week wordt daarom een zonneflux tot 170 eenheden verwacht. Over het algemeen zouden de eerste dagen van december een verhoogde zonneactiviteit met zich mee moeten brengen, met een hoogtepunt rond Sinterklaas. Door een coronaal gat aan de oostelijke rand van de zonneschijf op 3/4 december moet echter rekening worden gehouden met een aanzienlijke toename van de geomagnetische activiteit. Op deze dagen zijn er dan meer magnetische stormen mogelijk. Maar: we bevinden ons nog steeds in de piekfase van de elfjarige zonnecyclus. Daar moeten we gebruik van maken!

VHF en EME

Tropo

Het recente onstabiele weer blijft de komende week of twee het weerbeeld domineren. Maar met zo’n complex weerpatroon is het moeilijk om precies te voorspellen wat voor weer er komt en wanneer. Voorlopig zijn lagedrukgebieden dominant zonder hoop op tropo. Voor regenscatter op de GHz banden zijn er mogelijkheden vooral bij buien met zwaardere regenval. Afgelopen woensdag was er een interessante 24 GHz-propagatie bij droog weer boven de Noordzee. Bij de Margate 24 GHz WebSDR was het onlangs gerepareerde Vlaamse baken ON0HVL de hele dag te ontvangen tot ongeveer 20.00 UTC, totdat een strook vochtige lucht vanuit het westen het pad bereikte en zowel ON0HVL als GB3PKT belemmerden. De laatste functioneerde op donderdagochtend 27 november weer normaal.

Sporadische-E.

Deze week geen info.

Aurora

Voor Aurora blijft het een kwestie van de ontwikkelingen op de zon volgen en in de gaten te houden of de Kp-index boven de 5 kan komen.

Meteoorscatter

We komen nu uit de bredere periode van de Leoniden-meteorenregen. December wordt zoals gewoonlijk gekenmerkt door de terugkeer van een van de meest actieve (en waarschijnlijk ook de meest betrouwbare) grote jaarlijkse meteorenregens: de Geminiden. Het maximum van de Geminiden wordt verwacht op 14 december om 08.00 uur UTC, met een ZHR = 150 op het hoogtepunt. De ZHR bij het maximum is de afgelopen decennia licht gestegen en bereikte de afgelopen jaren 140-150. Aangezien de piek de afgelopen jaren lichte tekenen van variabiliteit in frequentie en timing heeft vertoond, moet worden opgemerkt dat de meest betrouwbaar waargenomen maxima van de afgelopen twee decennia allemaal hebben plaatsgevonden binnen een bepaald het bereik dat dit jaar overeenkomt met 13 december 2025, 15 uur tot 14 december, 12 uur UTC. De piek aan meteoren houdt meestal enkele uren aan, terwijl zwakkere meteoren bijna een dag voor het visuele maximum het meest talrijk zijn. De piek van de Geminiden is doorgaans vrij breed (ZHR meestal boven 100 gedurende ongeveer 10-12 uur), hoewel de frequenties soms vrij snel na het maximum afnemen. Tijdens de meeste terugkeerperiodes werd een massasortering waargenomen: tegen het einde van de onmiddellijke maximumperiode is er een groter aandeel heldere Geminiden. Op het noordelijk halfrond zijn de Ursiden de meest interessante van de kleine meteorenregens in december. De Ursiden veroorzaakten twee grote uitbarstingen (in 1945 en 1986) en verschillende andere toenames in de frequentie, zoals in 1988, 1994, 2000, 2006, 2007 en 2008 (de laatste waarschijnlijk beïnvloed door de relatieve nabijheid van de moederkomeet van de meteorenregen, 8P/Tuttle, bij het perihelium in januari 2008), 2011, 2014, 2015, 2017 en 2020. Het maximum is vrij smal. Met de Geminiden start ook het winterseizoen voor sporadische E dat tot half januari zal aanhouden. In die periode kan het lonen om met name 8 en 6m beter in de gaten te houden.

EME

Voor EME-operators stijgt de declinatie van de maan en wordt deze op zaterdag 29 november weer positief. Dat betekent meer maantijd en een hogere piekhoogte in de komende week. De padverliezen zijn laag en dalen verder naarmate we het perigeum op donderdag 4 december naderen. De ruis op 144 MHz is de hele week laag en stijgt aan het einde van de week tot matig..


Over zonnefluxindex, zonnevlekkengetal en Kp-index

De zonnefluxindex (SFI) is een maat voor de ionisatiegraad van de ionosfeer. De SFI heeft een waardenbereik van 50 tot 300. Lage waarden signaleren doorgaans slechte of matige HF-condities en hoge juist goede (een hoge MUF). Tijdens de piek van een zonnevlekkencyclus meten we waarden van meer dan 200, met kortdurende uitschieters naar 300.

Het zonnevlekkengetal is een maat voor de activiteit van de zon. Ook nu geldt, hoe hoger de waarde, des te gunstiger voor de HF-propagatie (op hogere banden). De zonneactiviteit kan als volgt ingedeeld worden aan de hand van het zonnevlekkengetal: laag: 0-30, gematigd: 30-60, hoog: 60-90, zeer hoog: 90-120, intensief: > 120.

De Kp-index is een maat voor de magnetische fluctuaties in de ionosfeer. Lage waarden zijn gunstig voor de HF-propagatie. Vanaf een waarde van 2 beginnen HF-condities te degraderen. Boven de 5 is er sprake van ernstige verstoring en vanaf 7 kunnen zelfs radio-blackouts voorkomen, waarbij HF-communicatie volledig uitvalt. Bij hogere Kp-indexwaarden (vanaf ongeveer 3) neemt de kans op aurora overigens toe.

De beste HF-condities op de hogere banden zijn dus te verwachten bij een hoge zonnefluxindex, een hoog zonnevlekkengetal en een lage Kp-index.

Over maximaal bruikbare frequentie (MUF) en kritische frequentie

De maximaal bruikbare frequentie (MUF) is de frequentie waarbij de verwachting is dat radiosignalen nog zullen reflecteren tegen de ionosfeer. Voor paden korter dan 3000 km zal de MUF lager zijn omdat de opstralingshoek steiler is, waardoor radiosignalen makkelijker door de ionosfeer heen dringen.

De frequentie waarbij nog reflectie optreedt terwijl de opstralingshoek 90 graden is (verticaal), heet de kritische frequentie.

 

 


Tom PC5D stelt het propagatienieuws samen. Bij de samenstelling maakt hij onder andere gebruik van de voor Nederland relevante informatie uit de volgende bronnen: het wekelijkse RSGB Propagation News, DX Info Centre, HF-Referat DARC, Poollicht.be, Make More Miles on VHF, Met Office en NOAA. Propagatienieuws maakt ook deel uit van het radiojournaal van de Zuid-Limburgse zondagochtendronde. De audio-opname van deze ronde is terug te luisteren op a22.veron.nl.