Veranderende tijden en een mogelijke rol voor zendamateurs bij rampen

Hebben we een DARES 2.0 nodig?

Veranderende tijden en een mogelijke rol voor zendamateurs bij rampenToen ik samen met Leo Leisink (PA0LSK/SK) na afloop van de Tsunamiramp op 2e kerstdag 2004 in Thailand, dus bijna 21 jaar geleden, de stichting Dutch Amateur Radion Emergency Service (verder: DARES) oprichtte zag de wereld er heel anders uit dan vandaag in 2025.

Waar er toen grote twijfels bestonden over de mogelijkheden van de overheid om onder rampomstandigheden essentiële communicatie in stand te houden, hebben we vandaag de dag te maken met een heel andere situatie.

De overheid kan de eigen broek vast wel ophouden. En de gemiddelde burger beschikt over minimaal één smartphone bij een dicht en snel netwerk van meerdere telecomproviders.

Waar draadloze communicatie in de tijd van kanaal 3600 in Zeeland of tijdens de eerder genoemde tsunamiramp vaak alleen mogelijk was door zendamateurs, hebben we in Nederland vandaag de dag te maken met burgers die in hoge mate zelfstandig kunnen communiceren zolang netwerken blijven werken en batterijen niet leeg raken.

De rol van zendamateurs is mede daardoor steeds minder belangrijk geworden. En daarom zullen we denk ik goed moeten nadenken of er in de huidige situatie nog wel een rol is voor die geschoolde zendamateur of niet.

Deze existentiële vraag aangaande het voortbestaansrecht van zendamateurs met een rol bij rampen, is van groot belang bij het beantwoorden van de vraag hoe het komt dat DARES in zijn huidige vorm een kwakkelend bestaand lijdt. En wat in dit verband nodig is om daar verandering in te brengen.

Tegenwoordige dreigingen en de veranderde rol van zendamateurs

In tegenstelling tot veel andere landen, hebben we in ons land welhaast een chronisch gebrek aan rampen.

Daar waar natuurlijke rampen in veel landen leiden tot chaos, zullen we in Nederland niet snel te maken krijgen met de chaos ten gevolge van een natuurramp. Niet qua grootte van ons land en door het bestaan van een robuuste overheids-telecommunicatie infrastructuur. “Great outdoors” en grote afstanden hebben we niet. En de meeste hulpdiensten hebben een eigen netwerk en kunnen zo nodig gebruik maken van door ons leger verstrekte netwerken.

GSM mast

Een van de vele GSM-masten

Als we het bovenstaande bezien in het licht van huidige dreigingen, dan is denk ik de grootste dreiging voor ons land de uitval van kritische infrastructuur zoals GSM netwerken en energievoorziening.

Beiden kunnen “man-made” of natuurlijke oorzaken hebben. Denk aan hackers zoals vermoedelijk recent het Iberisch schiereiland heeft ondervonden, een overstroming door het hacken van onze waterbeheersingsnetwerken of een militaire actie waarbij een zogenaamde elektromagnetische pulse (EMP) alle onbeschermde netwerken plat kan leggen.

In alle gevallen zullen daardoor naar alle waarschijnlijkheid burgers “doof en blind” worden doordat er niet langer getelefoneerd, geWhats-Apped enzovoorts kan worden.

Onder deze omstandigheden zullen getroffenen vrijwel zeker als één van de eerste zaken willen weten hoe het met hun familie die elders is, gaat en wat er verder aan de hand is en wat er gedaan moet worden.

Een mogelijk belangrijke rol voor zendamateurs

Dit is denk ik het moment waarop zendamateurs een belangrijke rol kunnen spelen: zorgen dat getroffenen in contact kunnen komen met familieleden elders. Niet langer zou de communicatie ten behoeve van overheden op de eerste plaats moeten staan, maar wél de ondersteuning van de burger die niet langer zelf in staat is om te communiceren (want het netwerk doet het niet meer of de batterijen zijn leeg).

Daarnaast zal, zoals veel mensen op het moment van een ramp zich niet realiseren, het aantal “gewone” noodmeldingen via de 112 centrale gewoon doorgaan. In combinatie met het vaak sterk verhoogd aantal meldingen door de rampomstandigheden, zal dit snel leiden tot een overbelasting van het 112 net en de meldkamers.

Als daarbij dan ook nog accu’s en batterijen leeg raken, netwerken uitvallen door overstromingen, hackers of welke reden dan ook, dan kan de burger in nood geen hulp inroepen. Ook al heeft die nood niets te maken met de actuele ramp.

Op dat moment zouden zendamateurs een (belangrijke) rol kunnen spelen; burgers die geruststelling zoeken over hun familieleden én burgers in nood door- of ondanks de ramp.

Wat kan de burger vandaag zelf doen? En wat doet hij ook en wat zou de bijdrage van zendamateurs kunnen zijn?

Zolang er internet en volle baterijen zijn, zullen burgers veelal hun eigen weg kunnen vinden buiten officiële regelingen om. En zullen ze dat naar verwachting ook gewoon doen.

Er zullen spontane initiatieven ontstaan waarbij vrijwilligers met een werkende smartphone en volle batterij, minder handige burgers zullen helpen. Onder reguliere omstandigheden werkende social-media zullen ook onder rampomstandigheden een belangrijke rol blijven spelen.

Als netwerken uitvallen en batterijen leeg raken

Hoe anders wordt het als reguliere netwerken uit gaan vallen en batterijen leeg raken. Dat is het moment dat goed voorbereide zendamateurs in het vizier kunnen komen.

Op zo’n moment is er zeker sprake van een échte ramp. En zullen er zeker andere regels gaan gelden waarvan de belangrijkste is dat gestreefd zal worden om zoveel mogelijk burgers te redden of te helpen. Daarbij moet geaccepteerd worden dat niet iedereen te helpen is.

De door de overheden en het Rode Kruis voorbereide evacuatie- en opvang locaties zullen al snel veel burgers ontvangen. En reddingswerkers zullen in touw zijn om noodgevallen zo goed mogelijk te verhelpen. Oók zal dan blijken dat niet iedereen (meer) gered kan worden.

Ik denk dat goed voorbereide zendamateurs op dat moment vooral een toegevoegde waarde zullen hebben in evacuatie- en opvangcentra. En dan met name in het leggen en onderhouden van de contacten tussen de daar verblijvende burgers en hun familieleden elders (als dan niet in een ander evacuatie- of opvangcentrum).

Daarnaast zouden zendamateurs een (bescheiden) rol kunnen spelen bij het ondersteunen van het “reguliere” 112 melding verkeer als de centrales/meldkamers niet meer zijn te bereiken via de reguliere wegen. Deze laatstgenoemde vorm van ondersteuning kan zich overal afspelen. Dus in evacuatie- en opvangcentra maar ook gewoon “in het wild” of op straat.

Ik ben er van overtuigd dat de gemiddelde overheidsdienst én de gemiddelde burger, zelfredzaam is tot het moment dat de infrastructuur het laat afweten of de batterijen leeg zijn.

In dat geval is er een bescheiden rol weggelegd voor goed voorbereide zendamateurs die zich gelet op de beperkte mogelijkheden zullen moeten concentreren op de ondersteuning van de gewone burger.

De toekomst

Naar mijn mening blijft óók in Nederland een grote maatschappelijke relevantie van gelicentieerde en goed voorbereide zendamateurs té onderbelicht.

Enerzijds komt dit waarschijnlijk door het “gebrek aan rampen” in ons land. Anderzijds zijn de blinde vlekken van bestaande initiatieven in de loop der tijd groter en halsstarriger geworden.

Dit moet anders en kan ook anders.

Daarover binnenkort meer.


73 de Jan de Nooij, PC0C
E-mail: PC0C@outlook.com

 


Deze reeks geeft de persoonlijke mening van de auteur weer en heeft niets te maken met het formele standpunt in deze zaken van het bestuur van de stichting DARES. De lezer wordt dringend verzocht inhoudelijk te reageren zodat we met elkaar als steeds kleiner wordende groep gelicentieerde zendamateurs uiteindelijk het juiste kunnen doen.