WRTC 2026: einduitslag ingetrokken, 4 teams gediskwalificeerd, nieuwe wereldkampioenen gekroond
Met zowel verdriet als teleurstelling moet de WRTC organisatie meedelen dat de resultaten van WRTC 2026 opnieuw zijn berekend en dat aanzienlijke wijzigingen zijn aangebracht in zowel de einduitslag als de winnaars van de prijzen.
Deze wijzigingen zijn gebaseerd op uitzonderlijke informatie die na de prijsuitreiking door het publiek werd verstrekt. De WRTC organisatie heeft er altijd naar gestreefd een wedstrijd te zijn waarin de uitslag wordt bepaald door de prestaties van de deelnemers zelf en niet door externe helpers die hun bevriende deelnemers ondersteunen.
Essentieel voor het bereiken van dit doel zijn de WRTC-regels die het bekendmaken van de identiteit van de operatoren verbieden, met zware gevolgen voor degenen die deze regels overtreden.
De volledige competitie opnieuw beoordeeld
Het World Radiosport Team Championship (WRTC) 2026 heeft de eerder gepubliceerde einduitslag ingetrokken en de volledige competitie opnieuw beoordeeld. Vier teams werden gediskwalificeerd, waaronder het aanvankelijk tot winnaar uitgeroepen team MB2M, bestaande uit VE3DZ en UW7LL. De nieuwe WRTC-kampioenen zijn DJ5MW en DM5EE, die onder de wedstrijdroepnaam MB5O deelnamen.
De ingrijpende correctie volgt op een uitgebreid onderzoek naar mogelijke manipulatie van de wedstrijd. Daarbij kwamen onder meer verdachte multiplier-QSO’s, gerichte frequentieoverdrachten en mogelijke onthulling van de geheim gehouden teamidentiteiten aan het licht. Op 1 september 2026 publiceerde het organisatiecomité van WRTC 2026 een uitzonderlijk vergaande correctie. In de officiële aankondiging staat expliciet dat het nieuwe rapport de eerder bekendgemaakte resultaten herroept en vervangt.
Volgens de WRTC organisatoren kwam het onderzoek op gang nadat pas na de officiële prijsuitreiking nieuwe informatie uit het publiek beschikbaar kwam. Daarmee is ook onze eerdere berichtgeving uit juli over de uitslag in een belangrijk opzicht achterhaald. De toen gepubliceerde resultaten weerspiegelden de officiële stand van dat moment, maar zijn na de nieuwe beslissing niet langer geldig. Zie ook deze alsook deze eerdere artikelen.
DJ5MW en DM5EE zijn de nieuwe WRTC-kampioenen
Na de herberekening staat MB5O, met DJ5MW en DM5EE, op de eerste plaats met 7.310.308 punten. Het Amerikaanse team MB4G, bestaande uit N6MJ en KL9A, eindigt als tweede. De derde plaats gaat naar MB1T, met K5ZD en W2SC. Lees hier de volledige uitslag.
De nieuwe top tien ziet er als volgt uit:
- MB5O – DJ5MW / DM5EE: 7.310.308 punten
- MB4G – N6MJ / KL9A: 6.955.083 punten
- MB1T – K5ZD / W2SC: 6.836.480 punten
- MB5C – CT1ILT / EC2DX: 6.480.110 punten
- MB7W – UA4FER / LZ2HM: 6.334.972 punten
- MB7L – LY9A / LY4L: 6.180.000 punten
- MB3R – F1AKK / F8DBF: 6.083.469 punten
- MB7D – LZ3FN / LZ4AX: 6.024.256 punten
- MB3K – NA8V / N9RV: 5.980.380 punten
- MB5Z – W0AAE / W4IPC: 5.924.736 punten
Ook werden verschillende speciale prijzen bekendgemaakt. N6MJ en KL9A behaalden met 457 multipliers het hoogste aantal vermenigvuldigingsfactoren. Met een foutpercentage van slechts 0,5 procent ontvingen zij bovendien de Accuracy Award.
MB5Y, met 9A6KX en 9A1UN, won de SSB-competitie met 2.369 telefonie-QSO’s. In CW waren LU9ESD en LW5HR van MB5P het succesvolst met 2.745 contacten.
Het hoogst geklasseerde jeugdteam blijft MB5Z, met W0AAE en W4IPC.
Vier teams gediskwalificeerd
De jury diskwalificeerde vier teams:
- MB2M – VE3DZ / UW7LL: overtreding van Regel 12.2 wegens het bekendmaken van de teamidentiteit.
- MB2A – US2YW / IK4VET: overtreding van Regel 12.2 wegens het bekendmaken van de teamidentiteit.
- MB1I – E77DX / DJ4MX: overtreding van Regel 12.2 wegens het bekendmaken van de teamidentiteit.
- MB5Q – RW7K / KU1CW: overtreding van Regel 12.7 wegens niet-verifieerbare QSO’s of multipliers.
De WRTC organisatie benadrukt dat de diskwalificaties betrekking hebben op de betreffende teams en niet automatisch betekenen dat iedere individuele operator persoonlijk dezelfde verantwoordelijkheid draagt. De bewijssituatie verschilt bovendien per geval.
De operatoren van MB1I gaven later toe dat zij de overtreding hadden begaan en accepteerden de verantwoordelijkheid voor de schending van Regel 12.2. De operatoren van MB2M en MB2A erkenden daarentegen niet dat vooraf afspraken waren gemaakt. De jury concludeerde echter op basis van het onderzochte materiaal dat er sprake was geweest van opzettelijk afgesproken frequentieoverdrachten.
De oorspronkelijke winnaar MB2M verdwijnt daarmee volledig uit de uitslag. Volgens het herberekeningsrapport zou het team na verwijdering van de ongeldige contacten overigens al buiten de top drie zijn gevallen. Uiteindelijk volgde diskwalificatie op grond van Regel 12.2. Lees hier de reglementen.
Waarom teamidentiteiten geheim moeten blijven
Eén van de unieke kenmerken van de WRTC is dat tijdens de wedstrijd niet bekend mag zijn welk team achter welk wedstrijdroepteken schuilgaat. De roepnamen worden pas vijftien minuten voor de start aan de deelnemers bekendgemaakt. Daar is een belangrijke reden voor. Als vrienden, supporters of andere bevriende operatoren zouden weten onder welk roepnaam een bepaald team actief is, zouden zij dit team gericht kunnen ondersteunen. Zij zouden extra verbindingen kunnen maken of zeldzame multipliers kunnen leveren. Dat zou de vergelijkbaarheid van de prestaties ernstig aantasten.
Regel 12.2 verbiedt daarom uitdrukkelijk het vooraf of tijdens de wedstrijd bekendmaken van de identiteit van een team. Ook afgesproken QSO’s of andere methoden om een team herkenbaar te maken zijn verboden.
De jury beschrijft een driestappenplan
Volgens het herbeoordelingsrapport werd bij de gebeurtenissen rond MB2M en MB2A een patroon vastgesteld dat uit drie stappen bestond.
In de eerste stap zond een extern station gedurende langere tijd uit op een vooraf bepaalde frequentie, vlak voor het begin van de wedstrijd. Vervolgens verliet dit station de frequentie onmiddellijk bij het begin van de contest. Kort daarna nam een WRTC-station vrijwel dezelfde frequentie in gebruik. Voor ingewijden kon die overgang een manier zijn om te achterhalen welk van de tot dan toe anonieme WRTC-roepnamen bij een bepaald team hoorde.
In een derde fase zouden externe stations vervolgens verbindingen hebben gemaakt met de geïdentificeerde teams onder roepnamen uit zeldzame landen. Dergelijke contacten konden een extra DXCC-multiplier opleveren. Volgens het onderzoek kwamen opvallend veel van deze contacten terecht bij de eerder geïdentificeerde teams MB2M en MB2A.
De opmerkelijke frequentiewisseling rond MB2M
Het rapport noemt een concreet voorbeeld op de 20-meterband. Station EU8E werd door onafhankelijke skimmerontvangers vanaf 11:19 UTC waargenomen op 14.003,5 kHz. Het station bleef daar actief tot 11:59:26 UTC. Om precies 12:00 UTC begon de wedstrijd. Vrijwel onmiddellijk verscheen MB2M binnen 100 Hz van dezelfde frequentie en begon daar zijn contestactiviteiten. Het eerste QSO dat MB2M op deze frequentie in het logboek noteerde, was bovendien met EU8E.
Volgens het onderzoek werd EU8E gedurende de daaropvolgende 24 uur niet meer gehoord. Het station diende geen log in en verscheen in de resterende wedstrijdgegevens alleen nog onder een roepnaam die als een foutieve opname werd geïdentificeerd. De combinatie van timing, langdurig gebruik van de frequentie, de vrijwel directe overname en het latere gedrag van het station leidde voor de jury tot de conclusie dat sprake was van een opzettelijk afgesproken frequentieoverdracht. VE3DZ en UW7LL ontkenden volgens het rapport dat een dergelijke afspraak bestond.
Vergelijkbare patronen bij MB2A en MB1I
Ook bij MB2A constateerden de onderzoekers een vergelijkbaar patroon. Station EV6M bezette volgens het rapport vanaf 11:30 UTC de frequentie 14.002,2 kHz. In totaal documenteerden 44 skimmermeldingen de activiteit tot 11:58:47 UTC. Om 12:00 UTC verscheen MB2A binnen 100 Hz van de inmiddels vrijgekomen frequentie en begon daar de wedstrijd.
Bij MB1I werden zelfs twee vergelijkbare gevallen vastgesteld. E77EA was actief op 14.007,0 kHz tot 11:59:39 UTC. Eén van de eerste contest-QSO’s op die frequentie was vervolgens met MB1I. Ook DA0BCC zond vlak voor de start uit op 21.007,0 kHz. MB1I behoorde om 12:00 UTC opnieuw tot de eerste twee stations waarmee contact werd gemaakt.
De twee operatoren van MB1I gaven het incident toe en accepteerden de gevolgen van de overtreding. Bij MB2M en MB2A gebeurde dat niet. Toch concludeerde de jury na onderzoek dat ook daar sprake was geweest van opzettelijke frequentieoverdrachten.
Vijftien piratenroepnamen leverden waardevolle multipliers op
Een tweede belangrijk onderdeel van het onderzoek betreft stations die onder de roepnamen van bestaande, legitieme amateurradio-operatoren uitzonden. De WRTC kwalificeert deze stations als piratenstations. Minstens vijftien van dergelijke roepnamen werden geïdentificeerd. De contacten waren niet eenvoudigweg verzonnen vermeldingen in logboeken. De bijbehorende signalen zijn daadwerkelijk terug te horen in de audio-opnames van WRTC-stations. Uit het onderzoek bleek echter dat de rechtmatige eigenaren van de gebruikte roepnamen niet verantwoordelijk waren voor deze uitzendingen.
Het gaat om:
4F3OM, 4K6FO, 4S7KM, 9H1FL, 9M2LAN, 9M8YY, HC5AI, HL2CFY, HZ1TT, OD5NZ, TI1W, XE2IF, YV1LBB, ZP5KO en ZS6WAR.
De meeste roepnamen behoren tot landen die tijdens grote contesten relatief zelden actief zijn. Daardoor leverde vrijwel elk contact een nieuwe DXCC-multiplier op. In totaal identificeerden de onderzoekers 435 contacten met deze vijftien roepnamen. Daarvan was 86 procent gemaakt met WRTC-stations. Ter vergelijking: in het rapport wordt voor de overige deelnemers aan het IARU HF World Championship slechts ongeveer 13 procent genoemd. De WRTC organisatie nam contact op met de daadwerkelijke eigenaren van alle vijftien roepnamen. Dertien van hen bevestigden dat zij tijdens de betreffende momenten niet actief waren, of geen WRTC-station hadden gewerkt.
De verdeling van de multipliers was opvallend ongelijk
Alle vijftig WRTC-teams hadden minstens één contact met één van de later als piraat geïdentificeerde roepnamen in hun logboek. De mediaan lag op zes multipliers per team. MB2M behaalde daarentegen 36 van dergelijke multipliers en MB2A 32. Het team met de op twee na hoogste score kwam niet verder dan veertien. MB2M en MB2A waren bovendien de enige teams die alle vijftien verdachte roepnamen hadden gewerkt.
Een opvallende vergelijking is MB5O, het team dat uiteindelijk de nieuwe wereldtitel kreeg. Nog vóór de logcontrole had MB5O het hoogste aantal QSO’s van het volledige deelnemersveld, met meer dan 6.000 verbindingen. Toch werkte het team volgens het rapport slechts één van de vijftien piratenroepnamen.
Deze cijfers vormden belangrijk bewijsmateriaal in het onderzoek. Op zichzelf bewezen zij echter niet dat de gecontacteerde WRTC-teams betrokken waren bij de piraterij. Daarom verwijderde de jury alle betreffende contacten uit alle logboeken, ongeacht welk team het contact had gemaakt.
Een opvallende fout bij een vermeende piratenuitzending
Eén van de eerste verdachte QSO’s bevatte volgens het rapport een bijzonder opvallende fout. Station 4S7KM maakte om 12:12 UTC op 20 meter contact met MB2A en gaf in de audio-opname ITU-zone 29 door. Een legitiem station uit Sri Lanka bevindt zich echter in ITU-zone 41. In het logboek van MB2A stond wel zone 41 geregistreerd.
Volgens de WRTC organisatie vormt dit op zichzelf geen bewijs dat MB2A bij de piraterij betrokken was. De gebruikte logsoftware mocht namelijk automatisch de verwachte ITU-zone invullen op basis van het CTY.dat-bestand. Het incident is vooral van belang als aanwijzing dat de zender die zich als 4S7KM identificeerde, mogelijk niet de daadwerkelijke eigenaar van de Sri Lankaanse roepnaam was. De diskwalificatie van MB2A berustte volgens de jury dan ook niet op dit QSO, maar op de vastgestelde onthulling van de teamidentiteit door middel van de frequentieoverdracht.
Mogelijk één operator achter meerdere roepnamen
Ook de tijdsverdeling van de verdachte signalen werd onderzocht. Vijf van de gebruikte roepnamen, die officieel afkomstig waren uit Sri Lanka, Korea, de Filipijnen en Oost- en West-Maleisië, zonden gedurende de volledige wedstrijdperiode geen enkele keer tegelijkertijd uit. De jury acht het daarom mogelijk dat één enkele operator achtereenvolgens tussen deze verschillende identiteiten wisselde.
Een bijzonder geval betreft HC5AI. De echte eigenaar van deze roepnaam was overdag daadwerkelijk actief en werd regelmatig door skimmers waargenomen. Ongeveer acht uur later verscheen dezelfde roepnaam opnieuw. Volgens het rapport werkte deze latere activiteit echter uitsluitend met WRTC-stations en werd zij niet door skimmers geregistreerd. Alleen deze tweede periode werd als vermoedelijk frauduleus beschouwd.
MB5Q werd om een andere reden gediskwalificeerd
De zaak rond MB5Q, met RW7K en KU1CW, berust op een andere reeks bevindingen. De onderzoekers identificeerden tien contacten in het logboek die ieder een multiplier zouden hebben opgeleverd. Op de betreffende tijdstippen is in de volledige audio-opname van het station echter geen enkel signaal van de geregistreerde tegenstations te horen. De QSO’s vlak vóór en na de betreffende contacten zijn wel hoorbaar. In één van de opnames is zelfs een sterk Duits station te horen dat MB5Q roept. Dat wijst erop dat de ontvanger op dat moment gewoon operationeel was.
Zes van de acht gebruikte roepnamen komen bovendien niet voor in de 5.607 ingediende wedstrijdlogs. De twee overige stations waren wel actief, maar hun daadwerkelijke verbindingen kwamen volgens het onderzoek niet overeen met de QSO’s die MB5Q had geclaimd. Volgens het rapport werden beide operators met het bewijsmateriaal geconfronteerd. Zij betwistten de bevindingen niet, gaven geen verklaring en verzochten om de betreffende contacten uit het logboek te verwijderen. Daarop werd het team op grond van Regel 12.7 gediskwalificeerd.
Gerichte steun van buitenaf werd eveneens onderzocht
Naast de piratenstations onderzocht de jury ook opvallend eenzijdige steun van bevriende of externe operators. Binnen de contestwereld wordt dit vaak aangeduid als cheerleading: het gericht ondersteunen van bepaalde deelnemers door hen vaker dan gebruikelijk te werken. Een extern station kon ieder WRTC-team maximaal tien keer bereiken: eenmaal in CW en eenmaal in SSB op elk van de vijf banden.
Dit maakte het mogelijk om te onderzoeken of bepaalde stations een ongebruikelijk groot deel van hun mogelijke contacten aan één specifiek team besteedden. Voor de herbeoordeling werden eerst alle stations onderzocht die in ten minste vijf WRTC-logboeken voorkwamen. Eenendertig roepnamen hadden één team minstens zes van de tien mogelijke contacten gegeven, terwijl de overige teams hooguit twee keer werden gewerkt.
Het rapport benadrukt dat veel van deze patronen nog steeds verklaarbaar waren door normaal wedstrijdgedrag en niet automatisch een overtreding vormden. Voor daadwerkelijke correcties hanteerde de jury daarom een strengere drempel. Acht roepnamen voldeden uiteindelijk aan die eis.
In wat meer detail…
DR0W, DQ2A, DF0WA en DL0LI maakten elk alle tien mogelijke band- en moduscombinaties met de uiteindelijke winnaar MB5O.
DP4X, DA0BCC en DJ2MX maakten respectievelijk negen, negen en acht verbindingen met MB1I. Volgens het rapport werden deze drie roepnamen door één operator gebruikt.
R3FA maakte acht verbindingen met MB5Q.
Omdat deze stations ook door veel andere WRTC-teams waren gewerkt, werden de contacten niet uitsluitend verwijderd bij de teams die de meeste steun hadden ontvangen. De jury verwijderde ze volgens dezelfde procedure uit alle vijftig logboeken. Daardoor verloor ieder team tussen vijf en 42 contacten. De grootste aftrek kwam terecht bij het team dat eerder de meeste steun had ontvangen.
De impact op de einduitslag was echter beperkt. Het grootste individuele effect bedroeg ongeveer een half procent en geen enkele positie in de ranglijst veranderde hierdoor. De jury benadrukt bovendien dat deze correctie geen beschuldiging vormde tegen de betreffende WRTC-teams. Het ging om daadwerkelijke contacten met echte stations die volgens de onderzoekers op eigen initiatief onevenredig veel steun aan bepaalde teams hadden verleend.
Een tweede opvallend patroon rond MB5Q
Daarnaast identificeerde de jury een groep van dertien roepnamen die opvallend vaak in het logboek van MB5Q voorkwamen:
R3FA, UA7K, UA6KAC, RK7A, RD7K, UA6ARR, RU6K, RA7KY, R6KVA, R6KA, R7KCW, RY7KAB en UB7K.
Samen leverden deze stations MB5Q 82 contacten op.
Het team werkte alle dertien stations, de meeste tussen vijf en acht keer. Volgens het rapport konden alle contacten van deze groep chronologisch in één enkele volgorde worden geplaatst, alsof ze door slechts één of mogelijk twee operators waren gemaakt. De jury concludeerde daarnaast dat verschillende DX-clusterspots voor MB5Q waarschijnlijk eveneens van één bron afkomstig waren en in dezelfde chronologische volgorde konden worden geplaatst.
Andere teams hadden deze dertien roepnamen echter ook gewerkt. Het team met de op één na hoogste score had negentien contacten met deze groep, twee andere teams hadden er vijftien en de overige teams tussen nul en negen. De jury verwijderde daarom alle contacten met deze groep uit alle logboeken waarin ze voorkwamen. Ook deze maatregel veranderde de uiteindelijke rangschikking niet.
Logs, SDR’s en het Reverse Beacon Network maakten reconstructie mogelijk
Ook de manier waarop de zaak werd onderzocht is opmerkelijk. Volgens de WRTC organisatoren kwamen de eerste aanwijzingen van leden van het publiek, nadat de prijsuitreiking al had plaatsgevonden. Onderzoekers analyseerden openbaar beschikbare logboeken, gegevens van het Reverse Beacon Network en SDR-opnames. Daarmee konden frequenties gedurende langere perioden worden gevolgd en vervolgens seconde voor seconde worden vergeleken met de eerste minuten van de contest. Daarnaast beschikte de organisatie over volledige audio-opnames van de WRTC-stations. Die opnames waren verplicht en maakten het mogelijk om twijfelachtige QSO’s achteraf te controleren.
Bij de vermeende piratenstations bevestigden de opnames dat er daadwerkelijk radiocontacten waren gemaakt. In het geval van MB5Q lieten de opnames juist het tegenovergestelde zien: op de geregistreerde momenten was geen overeenkomstig QSO te horen. Het onderzoek toont daarmee ook het belang aan van controleerbare wedstrijdgegevens. Traditionele logcontrole kan verkeerd verstaan roepnamen en foutieve rapporten aan het licht brengen. Gerichte manipulatie door externe stations is echter veel moeilijker te detecteren. Volgens het onderzoek was juist de combinatie van meerdere onafhankelijke gegevensbronnen noodzakelijk om de gebeurtenissen te reconstrueren.
En hoe zit het met WRTC 2023?
Het nieuwe rapport kijkt ook terug naar de vorige WRTC, die in Italië werd gehouden. Volgens de analyse was er bij het toenmalige winnende team I44W, eveneens bestaande uit VE3DZ en UW7LL, een vergelijkbaar patroon rond een frequentieoverdracht zichtbaar. Het rapport noemt daarnaast 23 roepnamen waarbij nu vergelijkbare piraterijactiviteit wordt vermoed. In totaal werden 540 verdachte QSO’s geregistreerd in de logboeken van WRTC 2023. Daarvan kwamen er 53 terecht bij I44W waarbij het merendeel een multiplier opleverde.
Belangrijk is echter dat WRTC 2026 de resultaten van 2023 niet opnieuw heeft beoordeeld. De destijds toegekende titel is door het nieuwe rapport dus niet ingetrokken. Of de nieuwe bevindingen in de toekomst nog verdere gevolgen zullen hebben, blijft vooralsnog onduidelijk.
Een ernstige vertrouwensbreuk
De gebeurtenissen raken uiteraard een gevoelig punt binnen de radiosport. De WRTC probeert met vergelijkbare stations, beperkte zendvermogens en grotendeels gestandaardiseerde antennes een omgeving te creëren waarin vooral operationele vaardigheden, strategie, doorzettingsvermogen en nauwkeurigheid de winnaar bepalen.
Het bewust onthullen van teamidentiteiten en het kunstmatig creëren van waardevolle multipliers ondermijnt dit uitgangspunt rechtstreeks. De schade beperkt zich daarom niet tot enkele geannuleerde QSO’s. Wanneer de eerlijkheid van de omstandigheden ter discussie staat, raakt dat de geloofwaardigheid van de volledige ranglijst.
Een noodzakelijke, maar pijnlijke correctie in de einduitslag
Positief is dat de WRTC organisatie de nieuwe informatie serieus heeft onderzocht, ook al waren de prijzen al uitgereikt. De organisatie heeft een eerder officieel gepubliceerde uitslag ingetrokken, teams gediskwalificeerd en een uitgebreid rapport gepubliceerd met frequenties, tijdstempels, roepnamen en een gedetailleerde beschrijving van de onderzoeksmethode. Die transparantie neemt de ernst van de gebeurtenissen niet weg. Wel vormt zij een belangrijke voorwaarde voor het herstellen van vertrouwen.
De belangrijkste vraag voor toekomstige WRTC-edities is dan ook welke aanvullende verificatiemechanismen nodig zijn om vergelijkbare manipulatiepogingen tijdens of direct na de wedstrijd sneller te ontdekken. De WRTC 2026 zal daardoor niet alleen herinnerd worden vanwege de prestaties op de amateurbanden – de editie gaat ook de geschiedenis in als één van de meest ingrijpende herzieningen van een grote internationale radiosportwedstrijd.
De hierboven genoemde reglement teksten in detail
12.2 The operators are not allowed to intentionally identify themselves (i.e. revealing their own callsigns) before or during the contest or reveal their team identity in any way. Any attempt to do this such as by radio, telephone, SMS, internet, email, etc. may result in immediate disqualification. Requesting QSOs (e.g. setting schedules with special identification procedures in any way) before the contest period is strictly forbidden.
12.7 The WRTC Contest is the equivalent of the Ham Radio Olympic Games. To maintain the spirit and credibility that this name implies, the Judging Committee may disqualify a team that commits any of (but not limited to) the following actions:
- Violation of the rules of the contest.
- Unsportsmanlike conduct.
- Taking credit for excessive unverifiable QSOs or unverifiable multipliers.
Bron: https://www.wrtc2026.org/


VERON







